Amerikaanse pers huilt krokodillentranen

Raymond Mens 21 augustus 2018
0 people like this post

Nee, de Amerikaanse journalistiek is geen “vijand van het volk”. Maar met z’n allen een hoofdredactioneel commentaar tegen de president schrijven, bewijst dat niet. Goede, objectieve berichtgeving over alle schandalen in het Witte Huis wel.

De oproep van honderden Amerikaanse kranten en weekbladen, die gisteren allemaal een soortgelijk hoofdcommentaar plaatsten waarin ze het belang van een onafhankelijke journalistiek verdedigden, is op z’n zachtst gezegd ironisch. De media reageerden hiermee op de aanvallen van president Trump op de pers, die hij bijna dagelijks als brengers van “nepnieuws” bestempelt. Het was echter diezelfde pers die de gevierde vastgoedmagnaat en realityster naar het Witte Huis droeg, benadrukte ik ook op NPO Radio 1.

De Amerikaanse pers heeft een grote verantwoordelijkheid om president Trump het vuur aan de schenen te leggen. Maar niet om te klagen over zijn verwijzingen richting de pers. Ook de presidentscampagne van Trump zat immers vol met leugens. Desondanks kregen veel Amerikaanse media, vooral de nieuwszenders, geen genoeg van de kandidaat.

Hillary Clinton klaagt er nog steeds steen en been over – waarom gingen de presidentsverkiezingen van 2016 voor slechts tien procent over de inhoud en voor meer dan negentig procent over bijzaken? Deels was dat haar eigen schuld. De voormalige First Lady en minister van Buitenlandse Zaken schuwt de pers al decennia. In haar pyjama vanuit bed inbellen bij grote ochtendprogramma’s, zoals Trump met regelmaat deed, was voor Clinton ondenkbaar. Deels kwam dit door Trump zelf, die iedere vorm van media-aandacht fantastisch vond. “Goede of slechte pers kent hij niet”, zei marketingexpert Jack Trout in 2000 al over Trump, die toen ook al een gooi naar het Witte Huis overwoog. “Zolang je zijn naam maar goed spelt, is hij tevreden.” Maar de onevenredige media-aandacht tussen Trump en Clinton kwam grotendeels door de media zelf. Terwijl Hillary Clinton in Las Vegas een toespraak aan een grote vakbond gaf, zonden nieuwszenders als CNN, MSNBC en CNN een bijeenkomst van Trump in New Hampshire uit. Het probleem: Trump was er niet. De zenderbazen verkozen echter lege Trump-podium, die veel te laat arriveerde, boven de toespraak van Clinton.

Dit stond niet op zichzelf. Vanaf het moment dat Trump zijn presidentskandidatuur bekendmaakte, beheerste de multimiljonair het Amerikaanse medialandschap. Tijdens de voorverkiezingen kreeg Trump zelfs meer media-aandacht dan alle andere Republikeinse presidentskandidaten bij elkaar. Als de andere kandidaten al zendtijd kregen, werden ze gevraagd om te reageren op Trump’s nieuwste uitspraken. Deze lawine aan gratis media verklaart waarom Trump de voorverkiezingen kon winnen met slechts tien miljoen dollar aan reclamespotjes. Jeb Bush, die na drie van de vijftig voorverkiezingen al de handdoek in de ring moest gooien, gaf meer dan honderd miljoen dollar uit.

Sinds Trump’s presidentschap revancheerden veel Amerikaanse media zich. Zo kreeg de New York Times een recordaantal nieuwe abonnees te verwerken. Ook andere grote kranten zagen het aantal abonnees stijgen. De kranten bewerkstelligden dit door goede, scherpe journalistiek. Alle tegels in Trump’s Witte Huis werden gelicht, waardoor schandaal na schandaal naar buiten kwam. Pas als het speciale FBI-onderzoek onder leiding van Robert Mueller naar buiten komt, kennen we het hele plaatje van alle mogelijke misstanden in Trump’s campagne en zijn Witte Huis. Maar tot die tijd bewees de Amerikaanse journalistiek de democratie al een enorme dienst. Dat is ze geraden ook, want ze hebben heel wat recht te zetten.

De Amerikaanse pers heeft in president Donald Trump te maken met een monster dat ze zelf gecreëerd hebben. Dat de pers nu door de president als “vijand van het volk” wordt bestempeld, is treurig, maar helaas een rechtstreeks gevolg van hun eigen doen en laten.

Category: Blog
  • 0
  • 62

Leave your comment